Regelmatig heb ik mijn telefoon in de buurt. Zolang de
batterij nog voldoende is of er een oplader in de buurt is, kan ik altijd wel
iets opzoeken. Dat is de eenvoudigste en doeltreffendste afleiding die het ding
me kan geven aangezien ik mijn telefoon hier de meeste tijd voor gebruik. Dit
gebeurt bewust en onbewust en geeft de mogelijkheid om niet écht ergens te
zijn, iets niet te voelen.
Ik las een boek waarvan het stuk raakte, het spiegelde een
reële toekomst van mijn zoon voor. Een toekomst die ik me anders heb
voorgesteld. Ik voelde de pijn en moeite die hem werd voorgehouden. Een knoop
in mijn buik draaide rond, verdriet begon te komen, mijn gedachten dwaalden af
naar een paar dingen die ik nog wilde (of dacht te moeten) doen en wilde
hebben. Ongemerkt had ik de telefoon vast om toe te geven aan deze gedachten en
daarvoor op zoek te gaan op internet. Ik zag dat dit gebeurde en dat daarmee
mijn pijn toegedekt zou worden en ik het op dat moment niet zou voelen. Zelfs
nog beter, ik kon het doorschuiven naar een later moment om er dan nog een keer
mee geconfronteerd te worden, het negeren, toedekken, niet willen zien. Maar ik
zag ook dat het accepteren van dat wat ik las daarmee niet anders zou worden.
Ik legde de telefoon weer weg, las de alinea nog een keer en had aandacht voor
de pijn, de draai in mijn buik, de tinteling door me heen, tranen die kwmen en
mijn gedachten die heel graag weer een andere kant opwilden. Na een paar
minuten voelde ik meer voldoening dan dat ik – waarschijnlijk uitlopend in een
half uur zonder dat ik het door zou hebben - mijn denkbeeldige lijstje had afgestreept
op internet. door Dennis
Geen opmerkingen:
Een reactie posten