Een langzame vrijdagochtend. Het is mijn vrije dag, één van de laatste van de zomervakantie. De dakramen boven mij staan een stukje open. Zonnestralen schijnen op mijn bed waar ik rustig wakker wordt, halverwege een boek van Aravind Adiga.
Opeens hoor ik geschreeuw buiten, stemmen die eromheen praten. En hondengeblaf. De vrouw roept haar hond nu met een nog hogere stem. De hond lijkt doof, doet blijkbaar nog niet wat mevrouw het baasje wil, waardoor er na een lacherige soort gezucht en gezeur over het gedrag van de hond nog een kreet volgt. Nu moet de hond toch echt komen.
Ondertussen loopt het groepje verder, klaar met de uitlaatronde. Ik kijk uit het raam en zie de vrouwen en één man iets verderop met elkaar staan praten. Blijkbaar was er nog een nieuwe aangekomen van de andere kant die nog aan de uitlaatronde moet beginnen. De dame van de schreeuw, rond de 50 jaar, ietwat fors, kort bloemenjurkje en stevige halfhoge wandelschoenen aan is de aandacht voor haar hond verloren.
De hond besnuffelt ondertussen de kont van de toegelopen hond en al draaiend om elkaar komen ze uiteindelijk halverwege de weg uit. Een auto moet remmen.
Het baasje roept nog een laatste keer met haar harde, ietwat schrille stem. 'En nou is het klaar'. De stem herkennend kijkt de hond op en loopt achter zijn baasje aan die inmiddels al keuvelend weer is doorgelopen.
Ik vraag me af wie er met al dit lawaai in de ochtend aan de lijn loopt. door Dennis
Geen opmerkingen:
Een reactie posten