woensdag 26 augustus 2015

De dood doorgegeven



Laat op de avond, net terug van een PRI sessie. Ik maak een beker thee en pak uit de koelkast de geweldige citroentaart die Neeltje van de buurvrouw heeft gekregen. Als ik het bord in mijn hand heb en de deur weer dicht doe zie ik achterin de koelkast, in de linkerhoek een rups liggen. Waarschijnlijk uit de groenten gekropen die ik gister op de markt heb gekocht. Ik zet het bord met de citroentaart op tafel en loop dan terug naar de koelkast. 
Ondanks dat de rups van alles te eten heeft in de koelkast heb ik in mijn hoofd dat hij het niet zal overleven in de kou. Als ik hem aanraak, rolt de rups als een bolletje in elkaar. De kleine zuignappootjes tegen zijn kopje, die aan de andere kant beschermd wordt door zijn staart. Ik pak de rups eruit en laat hem een tijdje in mijn hand liggen in de hoop dat hij opwarmt. De rups voelt koud op mijn hand, ik bekijk hem van dichtbij en de rups beweegt een beetje. Mijn hond snuffelt enthousiast in mijn hand. Ik doe de keukendeur open en loop in het donker naar buiten om de rups daar op een blad te zetten. Bij de tweede stap hoor ik het kraken van een slakkenhuis onder mijn voet en iets verderop zet ik de rups in de tuin. 
Toen ik vanochtend door de tuin liep zag ik een gebroken slakkenhuis met een glinsterend hoopje slak liggen.door Dennis

woensdag 22 juli 2015

Hoe natuur en installatie één kunnen worden


DesAccords de Nature installation by Jérémie Legendre in Massif du Sancy, France. Door Dennis

dinsdag 14 juli 2015

wat hebben we nodig?



Was het vroeger hard werken om een gezin de basisvoorzieningen te geven. Nu is het hard werken om ons gezin meer te geven dan het nodig heeft (van hetgeen we denken dat het nodig heeft). De reden is veranderd, het gevolg is nog steeds het zelfde: geen echte aandacht voor onszelf en daarmee voor elkaar. door Dennis

woensdag 8 juli 2015

Mijn telefoon als pleister



Regelmatig heb ik mijn telefoon in de buurt. Zolang de batterij nog voldoende is of er een oplader in de buurt is, kan ik altijd wel iets opzoeken. Dat is de eenvoudigste en doeltreffendste afleiding die het ding me kan geven aangezien ik mijn telefoon hier de meeste tijd voor gebruik. Dit gebeurt bewust en onbewust en geeft de mogelijkheid om niet écht ergens te zijn, iets niet te voelen.
Ik las een boek waarvan het stuk raakte, het spiegelde een reële toekomst van mijn zoon voor. Een toekomst die ik me anders heb voorgesteld. Ik voelde de pijn en moeite die hem werd voorgehouden. Een knoop in mijn buik draaide rond, verdriet begon te komen, mijn gedachten dwaalden af naar een paar dingen die ik nog wilde (of dacht te moeten) doen en wilde hebben. Ongemerkt had ik de telefoon vast om toe te geven aan deze gedachten en daarvoor op zoek te gaan op internet. Ik zag dat dit gebeurde en dat daarmee mijn pijn toegedekt zou worden en ik het op dat moment niet zou voelen. Zelfs nog beter, ik kon het doorschuiven naar een later moment om er dan nog een keer mee geconfronteerd te worden, het negeren, toedekken, niet willen zien. Maar ik zag ook dat het accepteren van dat wat ik las daarmee niet anders zou worden. Ik legde de telefoon weer weg, las de alinea nog een keer en had aandacht voor de pijn, de draai in mijn buik, de tinteling door me heen, tranen die kwmen en mijn gedachten die heel graag weer een andere kant opwilden. Na een paar minuten voelde ik meer voldoening dan dat ik – waarschijnlijk uitlopend in een half uur zonder dat ik het door zou hebben - mijn denkbeeldige lijstje had afgestreept op internet. door Dennis

dinsdag 7 juli 2015

woensdag 24 juni 2015

In het moment, elke keer de eerste keer

"When someone you love walks through the door, even when it happens five times a day, you should go totally insane of joy." uit de short film 'In memory of Denali'

dinsdag 9 juni 2015

HERDENKINGSCEREMONIE

Het is een gezegde wat nogal eens wordt gebezigd : “de tijd heelt alle wonden”. Dat geloof ik niet. Er zijn wonden waar door de tijd een pleister overheen wordt gelegd, zodat ze in de sluimerstand komen, maar helemaal helen ? Nou nee. Ik voel me beter thuis in de uitspraak van György Konrád, een Hongaarse schrijver uit de twintigste eeuw : “Het glas is gebroken maar je kunt er nog uit drinken.“     

Onlangs hebben we bij Zendo Ikiro een ceremonie gehouden ter herdenking van onze dierbare overledenen. Op het altaar stonden vijf foto’s, waaronder één met een kartelrandje, een oude. Twee moeders werden herdacht, een geliefde, een vader en een broer. Bij elk van hen stond een kleine hapje van het voedsel wat hij of zij het liefste at : een stuk appel, haring, kibbeling, cashewnoten, dadel en vijg. Het aansteken van de wierook gaf het begin van de herdenking aan, het stokje en de rook die omhoog kringelt zijn traditioneel symbool van vergankelijkheid.  Na de tien namen van de Buddha worden in de zogeheten Eko de overledenen bij naam genoemd en zo waren we in één spirit samen met Ellen, Geertje, Jos, Luut en Radboud. Ellen heeft een tijd bij ons in de Zengroep hier gezeten waardoor we in haar ziekteproces hebben mogen delen op weg naar wat een definitief afscheid van het leven bleek te worden. Gezamenlijk hebben we enkele speciale sutra’s gereciteerd waarna iedereen de gelegenheid kreeg om iets te zeggen en zo hebben we elkaar ontmoet in een ontroerend samenzijn waarin alles er mocht zijn zo als het is, of dat nu vreugde was of verdriet. Warner citeerde Albert Schweitzer : “Geluk is het enige wat zich verdubbelt als je het deelt. Met
rouw geldt dat het misschien minder rauw wordt, verteerbaarder wordt als je het deelt.”
  
Bij de foto van mijn vader sprong de vraag tevoorschijn die ik tig jaar geleden tijdens een sessie stelde aan mijn therapeut “wat moet ik nou met zo’n vader?” Er viel een lange stilte, hij wist het net zo min als ik. Door dit zwijgen diende zich het juiste antwoord aan : niets. Uit dit niets kwam later vanzelf de stap om mijn vader bij leven en welzijn nog de belangrijkste dingen te zeggen, gelukkig.  Het is niet bijzonder als je een tijdlang behoorlijk van slag bent wanneer iemand van wie je houdt, na een kort en nogal onverwacht sterfbed overlijdt. Inmiddels, zo’n jaar of zes later kan ik zeggen : het is goed zo. Sterker nog, elke ochtend als het een beetje koud is, trek ik het prachtige vest aan wat me te groot is omdat het door zijn tweede vrouw is gebreid. Voor hem. Inmiddels zijn er gaten in gevallen, maar wegdoen ? Geen sprake van ! Het is een heerlijk warm erfstuk en bovendien …….is er ook maar iets in de wereld wat mij beter dan dit kledingstuk kan wijzen op het feit dat niemand en niets in het leven niet aan slijtage onderhevig is ?  Ons bestaan van alledag is geen raadsel om te worden opgelost en met de dood hoeven we niet te kunnen leven, maar het is een werkelijkheid die erom vraagt met hart en ziel te worden ervaren. Tenslotte ligt het belangrijkste sterfproces in de ontmaskering en bevrijding van onze ik-illusie. Dus - als het glas gebroken is, des te beter ! Door Wien