zaterdag 29 augustus 2015

Aan de lijn

Een langzame vrijdagochtend. Het is mijn vrije dag, één van de laatste van de zomervakantie. De dakramen boven mij staan een stukje open. Zonnestralen schijnen op mijn bed waar ik rustig wakker wordt, halverwege een boek van Aravind Adiga.

Opeens hoor ik geschreeuw buiten, stemmen die eromheen praten. En hondengeblaf. De vrouw roept haar hond nu met een nog hogere stem. De hond lijkt doof, doet blijkbaar nog niet wat mevrouw het baasje wil, waardoor er na een lacherige soort gezucht en gezeur over het gedrag van de hond nog een kreet volgt. Nu moet de hond toch echt komen.

Ondertussen loopt het groepje verder, klaar met de uitlaatronde. Ik kijk uit het raam en zie de vrouwen en één man iets verderop met elkaar staan praten. Blijkbaar was er nog een nieuwe aangekomen van de andere kant die nog aan de uitlaatronde moet beginnen. De dame van de schreeuw, rond de 50 jaar, ietwat fors, kort bloemenjurkje en stevige halfhoge wandelschoenen aan is de aandacht voor haar hond verloren.
De hond besnuffelt ondertussen de kont van de toegelopen hond en al draaiend om elkaar komen ze uiteindelijk halverwege de weg uit. Een auto moet remmen.
Het baasje roept nog een laatste keer met haar harde, ietwat schrille stem. 'En nou is het klaar'. De stem herkennend kijkt de hond op en loopt achter zijn baasje aan die inmiddels al keuvelend weer is doorgelopen.

Ik vraag me af wie er met al dit lawaai in de ochtend aan de lijn loopt. door Dennis

woensdag 26 augustus 2015

Zomer

De laatste dagen van de zomer. De dagen worden koeler. De nachten koelen zover af dat ik wakker wordt in ochtenden met rijp op het gras. Om half 10 's avonds is het al weer donker. De vakanties zijn voor de meesten over, de kinderen hebben hun eerste schooldag.

"One last drink for summer, please"

Zoals elke zomer wil ik het vasthouden, want ik voel me opgesloten en afgesneden. Afgesneden van wat er echt toe doet. Vasthouden is niet het doel. Voelen, ruimte, loslaten en komen bij wat ik belangrijk vindt des te meer. Ik blijf niet weer op het tapijt zitten, zoals elk jaar, om nergens heen te vliegen.

"Where's the water?"

Door Dennis (met inspiratie van Foals en NPR)

De dood doorgegeven



Laat op de avond, net terug van een PRI sessie. Ik maak een beker thee en pak uit de koelkast de geweldige citroentaart die Neeltje van de buurvrouw heeft gekregen. Als ik het bord in mijn hand heb en de deur weer dicht doe zie ik achterin de koelkast, in de linkerhoek een rups liggen. Waarschijnlijk uit de groenten gekropen die ik gister op de markt heb gekocht. Ik zet het bord met de citroentaart op tafel en loop dan terug naar de koelkast. 
Ondanks dat de rups van alles te eten heeft in de koelkast heb ik in mijn hoofd dat hij het niet zal overleven in de kou. Als ik hem aanraak, rolt de rups als een bolletje in elkaar. De kleine zuignappootjes tegen zijn kopje, die aan de andere kant beschermd wordt door zijn staart. Ik pak de rups eruit en laat hem een tijdje in mijn hand liggen in de hoop dat hij opwarmt. De rups voelt koud op mijn hand, ik bekijk hem van dichtbij en de rups beweegt een beetje. Mijn hond snuffelt enthousiast in mijn hand. Ik doe de keukendeur open en loop in het donker naar buiten om de rups daar op een blad te zetten. Bij de tweede stap hoor ik het kraken van een slakkenhuis onder mijn voet en iets verderop zet ik de rups in de tuin. 
Toen ik vanochtend door de tuin liep zag ik een gebroken slakkenhuis met een glinsterend hoopje slak liggen.door Dennis

woensdag 22 juli 2015

Hoe natuur en installatie één kunnen worden


DesAccords de Nature installation by Jérémie Legendre in Massif du Sancy, France. Door Dennis

dinsdag 14 juli 2015

wat hebben we nodig?



Was het vroeger hard werken om een gezin de basisvoorzieningen te geven. Nu is het hard werken om ons gezin meer te geven dan het nodig heeft (van hetgeen we denken dat het nodig heeft). De reden is veranderd, het gevolg is nog steeds het zelfde: geen echte aandacht voor onszelf en daarmee voor elkaar. door Dennis

woensdag 8 juli 2015

Mijn telefoon als pleister



Regelmatig heb ik mijn telefoon in de buurt. Zolang de batterij nog voldoende is of er een oplader in de buurt is, kan ik altijd wel iets opzoeken. Dat is de eenvoudigste en doeltreffendste afleiding die het ding me kan geven aangezien ik mijn telefoon hier de meeste tijd voor gebruik. Dit gebeurt bewust en onbewust en geeft de mogelijkheid om niet écht ergens te zijn, iets niet te voelen.
Ik las een boek waarvan het stuk raakte, het spiegelde een reële toekomst van mijn zoon voor. Een toekomst die ik me anders heb voorgesteld. Ik voelde de pijn en moeite die hem werd voorgehouden. Een knoop in mijn buik draaide rond, verdriet begon te komen, mijn gedachten dwaalden af naar een paar dingen die ik nog wilde (of dacht te moeten) doen en wilde hebben. Ongemerkt had ik de telefoon vast om toe te geven aan deze gedachten en daarvoor op zoek te gaan op internet. Ik zag dat dit gebeurde en dat daarmee mijn pijn toegedekt zou worden en ik het op dat moment niet zou voelen. Zelfs nog beter, ik kon het doorschuiven naar een later moment om er dan nog een keer mee geconfronteerd te worden, het negeren, toedekken, niet willen zien. Maar ik zag ook dat het accepteren van dat wat ik las daarmee niet anders zou worden. Ik legde de telefoon weer weg, las de alinea nog een keer en had aandacht voor de pijn, de draai in mijn buik, de tinteling door me heen, tranen die kwmen en mijn gedachten die heel graag weer een andere kant opwilden. Na een paar minuten voelde ik meer voldoening dan dat ik – waarschijnlijk uitlopend in een half uur zonder dat ik het door zou hebben - mijn denkbeeldige lijstje had afgestreept op internet. door Dennis

dinsdag 7 juli 2015